Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Financiële Vaardigheid De Financiële Markten Beleggingsleer Vermogen opbouwen

Vermogen opbouwen

Een omschrijving van vermogensopbouw met aandacht voor het pensioensparen.

Het is verstandig om tijdens de actieve loopbaan een vermogen op te bouwen voor allerhande "kantelmomenten" waarbij de periode na de actieve loopbaan zeker en vast veel aandacht verdient. Dit betekent echter niet dat men al het spaargeld dient te blokkeren tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.

 

De eerste en meest logische stap in het opbouwen van een vermogen is het de opbouw van een minimale reserve die je onmiddellijk kan opnemen in geval dat nodig mocht zijn. Hoe groot die reserve moet zijn, is een persoonlijke afweging (maar 3 à 6 maandinkomens is hierbij een goede referentie, voor meer suggesties "klik hier"). De nood aan onmiddellijke beschikbaarheid maakt ook dat er geen risico mag zijn op een waardedaling van het gespaarde vermogen. Het rendement dat u hierbij mag verwachten is min of meer gelijk aan de verwachte inflatie voor het eerstvolgende jaar.

Een van de volgende stappen in de opbouw van het vermogen is vaak het fiscale sparen. Met fiscaal sparen bedoelt men het pensioensparen waarvoor de belegger een korting kan krijgen op de belastingen, zijnde de "derde pijler" van het pensioen. De overheid voorziet een jaarlijks maximum bedrag dat fiscaal in mindering kan worden gebracht. U neemt het tegoed van uw fiscaal spaarplan best pas op na uw 60ste verjaardag want anders is er een grote belasting verschuldigd (namelijk 33%).

Het fiscaal sparen kan via een verzekeringsformule (lange termijnsparen) of via een pensioenspaarrekening bij uw bank. Zowel het geld dat u spaart via een verzekeringsformule als via een pensioenspaarrekening wordt, respectievelijk door de verzekeraar of de bank, belegd op de financiële markten. Kort geschetst: het grootste verschil tussen beide producten is dat een verzekeringsformule een bepaald minimum rendement garandeert maar niet verplicht is om meer uit te keren daar waar een pensioenspaarrekening het volledig behaalde rendement zal uitkeren zonder een minimum te garanderen. De banken bouwen een zekere veiligheid in (wettelijk verplicht) doordat een gedeelte wordt belegd in vastrentende effecten (obligaties). De rest wordt voornamelijk belegd in aandelen. Een aantal banken voorzien de mogelijkheid om de keuze te maken uit meerdere "risicoprofielen".

Naast het fiscale sparen, is het uiteraard ook mogelijk om een eigen vermogen op te bouwen zonder fiscale stimulansen, zijnde de "vierde pijler" van het pensioen. Het spaarbedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering, zijnde derde pijler, is immers beperkt (in 2012 was dit 910 EUR). Een aantal financiële instellingen bieden de mogelijkheid om periodiek eenzelfde bedrag te beleggen in een of meerdere ICB’s. Een dergelijk systeem heeft als belangrijkste voordeel dat “emotionele” beslissingen en foute timing vermeden worden. Er wordt immers automatisch periodiek hetzelfde bedrag in dezelfde ICB belegd waardoor bij een lagere "netto inventariswaarde" meer deelbewijzen worden aangekocht en bij een hogere netto inventariswaarden minder deelbewijzen worden aangekocht.

 

Naast het opbouwen van een vermogen voor na de pensionering zullen vele mensen ook nog werken aan de opbouw van een vermogen voor de aankoop van een eigen woning of voor de financiëring van de studies en de professionele start van de kinderen.