Financiële instrumenten

Een overzicht van de belangrijkste financiële instrumenten.

Naargelang de looptijd worden geldmarktinstrumenten enerzijds geklasseerd onder de geldmarkt (< 2 jaar) of onder de kapitaalmarkt (> 2 jaar). De financieel afgeleide producten vermelden we in een aparte klasse gezien hun speciaal, en vaak ook complexer, karakter.

 

De geldmarkt

Onder geldmarkt verstaat men het geheel van vraag en aanbod aangaande kortlopende kredieten (kredieten met een looptijd gaande van 1 dag tot maximaal 2 jaar). De prijsvorming die plaatsvindt op de geldmarkt wordt weerspiegeld in de korte termijn rente.

 

De functie van de geldmarkt is drieledig, namelijk:

  • Het biedt een mogelijkheid om overschotten en tekorten te vereffenen. Kortom, het verschuiven van gelden van de ene partij naar de andere partij;
  • Het biedt een mogelijkheid aan de overheid om zich tijdelijke te financieren;
  • Het vormt een aangrijpingspunt voor de Centrale Bank via dewelke deze kan trachten om de waarde van de eigen munt stabiel te houden.

 

De belangrijkste financiële producten op de geldmarkt zijn:

  • Spaarrekeningen;
    Een spaarrekening is een financieel product dat klanten van een bank toelaat om te sparen en hier een vergoeding voor te krijgen onder de vorm van een rente. Deze rente bestaat vaak uit een basisrente aangevuld met een getrouwheidspremie voor de bedragen die 12 maanden vast stonden.
    De beperking bij spaarrekeningen is dat het vaak niet mogelijk is om bedragen van een spaarrekening rechtstreeks over te boeken naar rekeningen van derden. Verder kan de rente wijzigen waardoor vanaf de rentewijziging een nieuw rentetarief van toepassing zal zijn op de spaargelden. Het voordeel is wel dat de bedragen op elk moment van de spaarrekening kunnen opgenomen worden (mits eventuele penalisatie dat de getrouwheidspremie niet verschuldigd is door de bank als de gespaarde bedragen nog geen 12 maanden op de spaarrekening stonden).
  • Termijnrekeningen;
    Een termijnrekening of termijndeposito is een financieel product dat klanten van een bank toelaat om te sparen gedurende een bepaalde duur en tegen een bepaald intresttarief.
    Als de rentetarieven tijdens die periode wijzigen, blijft de intrest niettemin doorlopen voor de termijndeposito’s tot op de vervaldag van het deposito. Echter, de gelden kunnen tussentijds niet opgevraagd worden.
  • Schatkistcertificaten;
    Een schatkistcertificaat is een kortlopende schuldbewijs (maximum één jaar) hetwelk door de Schatkist wordt uitgegeven ter financiering van de overheidsschuld. De aanbesteding gebeurt tweewekelijks en heeft in principe betrekking op certificaten met een looptijd van 3, 6 of 12 maanden.
  • Repo's;

    Repo is de Engelse afkorting voor Repurchase Agreement en wordt in het Nederlands aangeduid met de term cessie-retrocessie van effecten. Een cessie-retrocessie van effecten is een contract waarbij partijen zich ertoe verbinden effecten op een bepaald moment aan elkaar te verkopen en deze titels in de toekomst in de omgekeerde richting terug te verhandelen.

Opmerking: een cessie-retrocessie van effecten dient niet verward te worden met een effectenlening. Een effectenlening duidt er immers op dat één partij, zijnde de lener, aan een andere partij, zijnde de ontlener, effecten leent voor een bepaalde periode. Na het verstrijken van die periode moet de ontlener effecten met dezelfde kenmerken teruggeven.

  • Commercial Paper (zoals: depositocertificaten, thesauriebewijzen en orderbriefjes);
    Een commercial paper is een financieel instrument dat een kortlopende vordering vertegenwoordigt (van 7 dagen tot 1 jaar) dewelke vaak wordt uitgegeven door een onderneming of een andere niet-kredietinstelling (zoals een gemeente). De kortlopende vordering wordt afgesloten met een bank of een andere financiële instelling en er dient geen onderpand gegeven te worden! Het feit dat er geen onderpand vereist is, houdt wel in dat enkel zeer kredietwaardige instellingen in aanmerking genomen worden door de banken. De vordering wordt vaak "onder pari" uitgegeven en "boven pari" terugbetaald.
  • Floating Rate Notes (FRN).
    Een Floating Rate Note is een obligatie met een variabele coupon die vaak ieder kwartaal wordt aangepast. De variabele coupon bestaat uit een geldmarkt referentie index (zoals de "EURIBOR") verhoogd met een vast percentage

 

De handelingen van de interbankenmarkt gebeuren ook op de geldmarkt.

 

De kapitaalmarkt

De kapitaalmarkt is de markt waarop vermogenstitels worden verhandeld met een onbepaalde looptijd, of met looptijden van minstens 2 jaar.

 

De belangrijkste financiële producten op de kapitaalmarkt zijn:

  • Obligaties;
    Een obligatie is een effect in de vorm van een schuldbewijs. Door uitgifte van een obligatie kan de uitgevende instelling vreemd vermogen aantrekken voor bijvoorbeeld investeringen. Een obligatie geeft recht op de terugbetaling van de hoofdsom aan het einde van de looptijd en wordt meestal aangevuld met een vaste rente. Uitgevers van obligaties kunnen ondernemingen, publieke instellingen en landelijke- en lokale overheden zijn. Er bestaan verschillende soorten obligaties met elk een eigen kenmerk: "nulcouponobligatie", winstdelende obligatie, "achtergestelde obligatie", "converteerbare obligatie", premieobligaties ... .
  • Aandelen;
    Een aandeel is een effect in de vorm van een bewijs van deelneming in het eigen vermogen van een onderneming. Een aandeelhouder is daardoor mede-eigenaar van de onderneming voor het percentage aandelen dat hij bezit. In ruil daarvoor heeft de aandeelhouder recht op een deel van de winst, het zogeheten "dividend". Aan een aandeel is gewoonlijk stemrecht verbonden dat men tijdens de "Algemene Vergadering" van Aandeelhouders kan uitoefenen. In Nederland, België, Portugal en Frankrijk vindt verhandeling van de aandelen van beursgenoteerde ondernemingen plaats op de effectenbeurs van "Euronext".
  • ICB's;
    Een ICB is een instelling die gelden beheert afkomstig van een groep beleggers en dit kapitaal collectief belegt in een geheel van financiële instrumenten. Kortom, de individuele stortingen vormen samen een collectieve beleggingsportefeuille dewelke door de ICB beheerd wordt. Dit gemeenschappelijk beheer biedt verschillende mogelijkheden die door een particuliere klant moeilijk alleen te realiseren zijn. Immers voor een relatief klein bedrag kan men beleggen in een zeer gediversifieerde portefeuille waarbij men professionele ondersteuning krijgt.
  • Vastgoedcertificaten.

    Een vastgoedcertificaat is een schuldvordering op een gebouw of een groep van gebouwen (meestal is dat een kantoorgebouw of een winkelpand). De jaarlijkse coupon van het vastgoedcertificaat hangt af van het exploitatieresultaat van de uitgevende vennootschap met betrekking tot het onderliggende onroerend goed. De coupon bestaat uit twee delen, zijnde: enerzijds een gedeeltelijke terugbetaling van het initieel kapitaal dewelke overeen komt met de jaarlijkse afschrijving van het onroerend goed en anderzijds het rente-inkomen dat gegenereerd wordt door de huuropbrengst. Het voordeel van een vastgoedcertificaat is dat de huuropbrengsten afhangen van de "consumptie prijs index" waardoor dit effect waardevast blijft op moment van "inflatie" (als de inflatie stijgt, stijgt ook de huurprijs en dus ook het rente-inkomen voor de eigenaar van het vastgoedcertificaat). Het nadeel is dat vastgoedcertificaten een beperkte liquiditeit hebben waardoor er niet altijd gemakkelijk een (ver)koper voor te vinden is.

 

De derivatenmarkt

De derivatenmarkt is de markt waarop financieel afgeleide producten worden verhandeld. Een financieel afgeleid product is een financiële overeenkomst tussen twee partijen die afhankelijk is van de toekomstige prijs van een onderliggend actief. De onderliggende activa zijn meestal effecten maar dit zouden ook munteenheden kunnen zijn.

 

De belangrijkste afgeleide producten zijn:

  • Futures en Forwards;
    Een future is de Engelse benaming voor een termijncontract. Het omvat een standaardovereenkomst tussen twee partijen waarin is vastgesteld dat bepaalde financiële producten op een vooraf vastgestelde prijs en tijd verhandeld kunnen worden. De future is veelal gerelateerd aan producten zoals aandelen, indices of valuta's (maar kan ook uit grondstoffen bestaan). Anders dan bij opties hebben bij futures zowel de koper als de verkoper een verplichting en is er geen premiebetaling! De verhandeling van een future verloopt via een erkende beurs.
    Een forward is een soort future met dit belangrijk verschil dat er echte onderlinge afspraken worden gemaakt en dat er dus geen sprake is van een standaardovereenkomst. Kortom, er wordt een private overeenkomst afgesloten en dewelke zo wordt opgesteld dat ze tegemoet komt aan de specifieke vereisten van de gebruikers. Daarom worden forwards ook in het algemeen rechtstreeks tussen beide partijen verhandeld.
  • Swaps;
    Een swap is een financieel afgeleid product waarbij twee partijen onderling overeenkomen om bepaalde kasstromen of risico's - verbonden aan hun financiële instrumenten - uit te wisselen. Deze twee componenten worden ook wel de « poten » (legs) van de transactie genoemd.
  • Opties (zoals: puts en calls);
    Een optie is een financieel afgeleid product waarbij twee partijen onderling een contract afsluiten omtrent de aankoop of verkoop van een activa aan een vooraf overeengekomen prijs en dit « binnen een vooraf overeengekomen tijdsspanne (Amerikaanse opties) » of « op de einddag van een overeengekomen tijdsspanne (Europese opties) ».
    De koper van de optie heeft het recht om te vragen dat de activa aan de overeengekomen prijs worden verhandeld. De verkoper van de optie heeft de verplichting om de activa aan de overeengekomen prijs te verhandelen indien de koper dit vraagt. De waarde van een optie wordt afgeleid van de waarde van het onderliggend actief en verhoogd met een premie dewelke gelinkt is aan de resterende looptijd (hoe langer de looptijd, hoe groter de onzekerheid, hoe hoger de premie).

    Bij een put optie heeft de koper het recht om onderliggende activa te overhandigen aan de verkoper tegen de overeengekomen prijs. De koper van de put optie zal dit recht natuurlijk uitoefenen als de waarde van het onderliggend actief na verloop van tijd gedaald is. Bv. x (=koper van de put) en y (=verkoper van de put) sluiten een put optie af waarbij y beloofd om 1000 abc aandelen te kopen van x en dit aan een prijs van 40 EUR binnen 2 maanden. Indien binnen 2 maanden de waarde van de abc aandelen gedaald is naar 35 EUR, dan zal x zijn recht uitoefenen. Immers, x kan 1000 abc aandelen op de beurs kopen voor 35 EUR en x kan deze doorverkopen aan y voor 40 EUR.

    Bij een call optie heeft de koper het recht om onderliggende activa te kopen van de verkoper tegen de overeengekomen prijs. De koper van de call optie zal dit recht natuurlijk uitoefenen als de waarde van het onderliggend actief na verloop van tijd gestegen is. Bv. x (=koper van de put) en y (=verkoper van de put) sluiten een call optie af waarbij y beloofd om 1000 abc aandelen te verkopen aan x en dit aan een prijs van 40 EUR binnen 2 maanden. Indien binnen 2 maanden de waarde van de abc aandelen gestegen is naar 50 EUR, dan zal x zijn recht uitoefenen. Immers, x kan 1000 abc aandelen kopen van y voor 40 EUR en x kan deze doorverkopen op de beurs voor 50 EUR.
  • Warrants.
    Een warrant is een financieel afgeleid product hetwelk een verhandelbaar recht vertegenwoordigt om gedurende een bepaalde periode tegen een bepaalde prijs nieuwe aandelen of obligaties bij de uitgevende instelling te kopen. Het is eigenlijk een optie maar dan met een langere levensduur.